De Man met Migraine

Vrede is een mooi woord voor uitgestelde haat

Kleinzerig

laat een bericht achter »

In dit land aan de oever van de Noordzee is er een krant. Bij die krant valt er een collectief ontslag. Men wil er met name 15 man buiten schoppen. Van die 15 man behoren er vijf tot de beschermde soort. Het zijn vakbondslieden, die thans in het heetst van de strijd staan met de directie. Die directie wil dat de heren en dames vakbondslui hun wettelijk vastgelegde bescherming opgeven zodat het bedrijf hen met een absoluut minimum aan ontslagvergoeding op de kasseien kan smijten. Want mensen met een half vergane boterham in de werkloosheid duwen, dat noemt die directie een ’sociale maatregel’.

Diezelfde directie vindt er geen graten in om het topkader van de krant – de hoofdredactieploeg – te belonen met bonussen. O juist, ja, in 2009 worden er op aandringen van het ‘gewone’ personeel, dat nog altijd de krant volschrijft, geen bonussen uitgedeeld. Maar kijk eens even hier: eind 2008, toen de sociale bom allang was gebarsten bij de krant in kwestie en er nog sprake was van 26 naakte ontslagen, werden er wel nog boni uitgereikt wegens de goede prestaties – zijnde: zwaar in het rood gaan en de redactie niet in de hand kunnen houden.

Diezelfde directie die eist dat de vakbondslieden hun wettelijk bepaalde bescherming opgeven, of dat er anders geen rotte frank ontslagvergoeding is voor de ‘gewone’ redactieleden die zich straks tot de RVA mogen wenden, heeft een mooi woord klaar voor het protest over die toch wel enigszins misplaatste bonussen: kleinzerig.

Written by Mensbrugghe

woensdag 29 april 2009 op 9:34

Geplaatst in Bedenkingen

Getagged met , ,

Belangrijk

laat een bericht achter »

In deze tijden van globale paniek – we denken maar aan de wereldwijde crisis, het opduiken van de varkensgriep en de aanzwellende dreiging van het moslimfundamentalisme – is het goed om er even op te wijzen dat dat allemaal niet belangrijk is. Beurzen mogen crashen, varkens mogen mensen besmetten met de een of andere Mexicaanse vuile ziekte en de islamieten mogen ons in duizend stukken blazen, het is allemaal bijzaak.

Wat wel belangrijk is, is dat we ons lichaam een gevarieerd dieet aanbieden. Zo is de tijd van de asperges aangebroken. In de supermarkt kun je er niet meer naast kijken: asperges in alle kleuren van de regenboog, meer bepaald wit en groen. Een en ander heeft tot gevolg dat we de verleiding niet kunnen weerstaan en vandaag terloops een schotel met asperges bereiden.

Dat gaat zo: smijt wat lichte sojasaus tezamen met een weinig sesamolie en een ietsje meer rijstwijn. Schep er een rund door en laat 15 min. marineren, het liefst in de koelkast.

Wees niet bevreesd voor de volgende stap. Smijt een wok op een hoogvuur, kip er een eetlepel olie in en roerbak de asperges een kleine twee minuten. Neem ze uit de wok voor ze een stakingsaanzegging indienen bij de Algemene Centrale voor Asperges, Groen en Wit (ACAGW). 

En tons! Awel, smijt nog een lepel olie in de wok, en voeg het rund in twee porties toe. Roerbak elke portie een kleine twee minuten, of tot het vlees doorgewarmd is. Neem het rund uit de wok en kieper het bij de asperges.

Doe alweer wat olie in de wok – inderdaad, met één lepel zoudt ge niet toekomen zonder de buren lastig te vallen – en voeg knoflook en verse gember toe. Een minuutje roerbakken volstaat. Giet er enkele eetlepels kippenbouillon bij, alsook wat oestersaus en nog wat rijstwijn. Laat een kleine twee minuten heftig koken. Het rund en de asperges weer in de wok en applaudisseren maar! Nog een minuutje smoren en meteen opdienen met rijst.

Dát is nu eens belangrijk, zie.

Written by Mensbrugghe

dinsdag 28 april 2009 op 14:40

Geplaatst in Uncategorized

De Drankduvel

with 2 comments

Haha, het calvinisme krijgt muilperen, oordeelde de Man met Migraine toen hij op pagina 6 belandde van de krant die de broodheer was van zijn geestelijke vader.
De Man met Migraine kon een brede, welhaast fonkelende grijns niet onderdrukken. De rechtse en linkse hoeken kwamen niet van de katholieke kerk, niet van het boeddhisme en zeker niet van de islam. Neen, de beeldenstormers van weleer vochten een op voorhand verloren strijd tegen onze goede vriend en bondgenoot de Drankduvel.
De Man met Migraine zelf had al lang door dat de medische wetenschap een kapitale fout had gemaakt door alcohol af te schrijven als geneesmiddel. Uit eigen ervaring wist hij dat een dagelijkse portie alcohol effectiever was tegen een te hoge bloeddruk en de bijbehorende migraine dan om het even welke bètablokker.
“Mijn bloeddruk stuurt mijn wil, mijn migraine beheerst mijn gedachten. Samen vormen zij de kern en de grens van mijn werkelijkheid”, prevelde de Man met Migraine met wazige blik. “Maar de boog kan niet immer gespannen staan, vandaar mijn eeuwigdurend verbond met de Drankduvel.”
De Man met Migraine sloot met een beleefde kuch zijn welhaast godsdienstige mantra af en liet zich meeslepen door het artikel op pagina 6, dat mocht pronken met de bovenkop ‘Nederland opent ontwenningsklinieken voor min-zestienjarigen met alcoholproblemen’.
“Foksodelulmieterkut”, mompelde de Man met Migraine toen hij las dat de Nederlandse jeugd zich willoos liet inpakken door de Drankduvel. “Slappelingen. De Drankduvel mag dan mijn bondgenoot zijn, maar hij is niet mijn baas. Anders gezegd: ik ben niet zijn slaaf. Maar laat die Hollanders vijf seconden los uit hun pinkstergemeenschap en ze zuipen zich helemaal naar de kloten. Belachelijk. Drinken moet men leren. Kijk naar mezelf. Ik heb voor het eerst zwaar bier gedronken toen ik zestien was. Ik was kapot. In een befaamd mosselrestaurant heb ik aan tafel overgegeven. Machtig!”
De Man met Migraine onderbrak zijn nostalgisch gemompel om zijn pseudospierballen te bewonderen in de spiegel. Alles leek nog op de juiste plaats te zitten.
“Wel nu”, vervolgde de Man met Migraine zijn gemompel, “toen besefte ik dat ik langzaam moest opbouwen. Iedere keer een beetje meer proberen te drinken, elke middag en avond opnieuw. Uiteraard heb ik in de eerste jaren van mijn drinkerscarrière veel gekotst, hoe kan het ook anders, maar nu verzet ik met gemak een bak Duvel zonder dat ik de volgende dag het gevoel heb dat ik meer gedronken heb dan een platwatertje. Wat zeg ik, twee platwatertjes!”
In het artikel viel het de Man met Migraine op dat men geen reden kon aanhalen waarom de Nederlandse jongeren almaar vroeger almaar meer drinken. “Fuck it, shit for brains”, brieste de Man met Migraine tegen de een of andere dokter die met naam en toenaam aangehaald werd in het krantenartikel. “Die gasten weten niet wat te doen met hun leven. Ze groeien op in technologische weelde, ze hebben geen uitdagingen meer. Er zijn geen hindernissen die ze moeten overwinnen of moeilijkheden die ze te boven moeten komen. Samengevat: er is niets waarmee ze hun mannelijkheid kunnen bewijzen, tenzij massa’s veel zuipen tot hun maag breekt en hun endeldarm door hun gat naar buiten steekt.” Let op het spaarzame rijm dat de Man met Migraine ondanks zijn woede toepast.
“Dat alles is natuurlijk de schuld van de socialisten, die goddeloze smeerlappen die de mens zijn eigenheid ontzeggen en hem willen doen geloven dat hij van nature uit solidair, altruïstisch en geweldloos is. Quod non”, poneerde de Man met Migraine. “Een mensenleven kan niet hard genoeg zijn. Zo weet men tenminste dat men leeft en zo is er ook een veel grotere selectie tussen wie het leven aankan en wie maar beter zo rap mogelijk begint te sparen voor een mooie grafzerk. Tussen haakjes: met die laatsten bedoel ik de altruïstische drolsmeerders die balpennen kopen van de Damiaanactie en met plezier bijleggen voor 11.11.11. Mongoloïde fucko’s.”
De Man met Migraine sloot de krant en liep naar de koelkast. “Wat zouden we eens drinken deze ochtend? De keuze betreft Maredsous tripel, blauwe Chimay en Duvel. God ja, laten we ons maar aan de Maredsous laven. Het bier heeft tenslotte een nieuw logo, zonder dat het brouwsel zelf enige aanpassing moest ondergaan.”
Ondanks het ochtendlijke uur beviel het abdijbier de Man met Migraine uitermate. “In Holland zou ik thans als alcoholieker bestempeld worden”, besefte hij luidop. “Dat is natuurlijk een deel van het probleem: die gasten drinken niet voor acht uur ’s avonds, terwijl hun cafés al om 1 uur ’s nachts sluiten. Niet moeilijk dat onze onvolprezen noorderburen in die korte tijdspanne zoveel mogelijk alcohol in hun lijf proberen te gieten. Hou zoudt ge zelf zijn? De oplossing is nochtans simpel: laat ze drinken van ’s morgens vroeg, maak er aldus beroepsalcholiekers van en het bingedrinking sterft vanzelf uit.”
De Drankduvel kon niet anders dan de Man met Migraine gelijk geven.

Written by Mensbrugghe

vrijdag 24 oktober 2008 op 8:09

Geplaatst in Nieuws

Getagged met , , , ,

Ontsporingen

laat een bericht achter »

De Man met Migraine checkt ’s morgen de dingen die gebeurd zijn. Hij doet dat via het internet, een uitvinding die ons nog vele eeuwen van technologische verbondenheid zal voorzien. Op een van de vele sites die er niet in slagen om aan zijn aandacht te ontsnappen, met name die van De Morgen, leest hij het volgende bericht:

Agenten beticht van “zware ontsporingen” met hoertjes
Drie politieagenten van de politiezone Grâce-Hollogne-Awans zijn uit de sectie mensenhandel gezet na “zware ontsporingen” met prostituees uit Awans. De chef van de zone wil niet in detail treden over de zaak omdat de agenten niet weten wat hen verweten wordt.

Verdomd dat de chef van de politiezone niet in detail wil treden. De homo wordt allicht ziek in zijn maag en in zijn hoofd als hij zich “zware ontsporingen” met een prostituee probeert voor te stellen. Waarschijnlijk is een parelende foef met uw kleine teen beroeren al een zware ontsporing voor die flikker van een flik, redeneert de Man met Migraine, die meteen aan het dagdromen slaat over een dikke Chinese die zich onder zijn bureau verschuilt en haar ontblote oesterzwam tegen zijn scheenbeen schurkt.

Hebben die gasten hun matrak tot ver voorbij de endeldarm van een hoer geduwd? Hebben zij een dikke negerin van achter haar etalage gesleurd om haar buikholte open te snijden en er hun kepie of zaklantaarn in te naaien? Kortom, zijn die flikken overgegaan tot praktijken die we zouden beschrijven als beestachtig? De Man met Migraine vermoedt van niet.

Maar een kant en klare definitie van ‘zware ontsporingen met hoertjes’ heeft hij niet.

“Laat ik het aan de man in de straat vragen. Die heeft meestal meer ervaring met zware ontsporingen dan beschaafde en hoogopgeleide burgers zoals ik”, mompelt de Man met Migraine terwijl zijn imaginaire Chinese hoer inwendig tot seksuele ontploffing komt en het parket overspoelt met een vloedgolf van vaginale vochten.

De Man met Migraine trekt een venster aan de straatkant open en roept naar een vuilnisman die toevallig zijn ronde aan het doen is: “Hé, gij daar, stinkaard, wat stelt gij u voor bij zware ontsporingen met een hoer, meer bepaald gepleegd door flikken?”

“Wel, mijnheer, dat en is niet moeilijk, hé”, repliceert de Ivagoman. “Ze gebruiken hun waterkanon, hé.”

“Wat?!”, roept de Man met Migraine terug.

“Hun wa-ter-ka-non”, gilt de afvalverzamelaar. Je hebt er in soorten. “Ze steken hun waterkanon in een hoer en spuiten haar vol tot ze ontploft.”

“Waarom?”

“Omdat ze zelf windfluiten hebben. En de matrakken van tegenwoordig zijn niet meer wat ze geweest zijn.”

“Hoe weet gij dat allemaal?”

“Ik ben zelf ook nog hoer geweest. Sonja was mijn naam. Ik had een mooi loon en een toffe job. Maar toen kreeg ik last van stuipen in mijn schaamlippen. Ik heb me dan maar laten ombouwen.” De nieuwe man steekt zijn broek af. “Wat vindt ge ervan? Goed gelukt, nietwaar?”

“Welkom in ons midden”, repliceert de Man met Migraine. “En bedankt voor de uitleg.”

“Geen probleem. De man in de straat staat altijd klaar met raad en uitleg.”

De Man met Migraine sluit het venster, zet zich achter zijn computer en begint een brief naar Ivago te schrijven waarin hij zich stellig verzet tegen de praktijk om transseksuelen zijn pmd-zakken te laten ophalen. “En met negers moet u nota bene ook niet afkomen. Mijn afval stinkt zo al erg genoeg.” ‘t Is toch waar, zeker, denkt hij.

Het is waar.

Written by Mensbrugghe

dinsdag 21 oktober 2008 op 11:06

De man in de straat heeft geen migraine

laat een bericht achter »

De Man met Migraine wandelde door de straten van Gent. Dat deed hij met zijn voeten, die gewoontegetrouw omhuld waren door sokken en boots. Niet dat hij sokken of boots vandoen heeft. Dat zit zo: de Man met Migraine is een wezen dat louter bestaat uit bloed en wilskracht. Met zijn wil legt hij zijn bloed een vorm op, met zijn bloed prent hij zijn omgeving een verschijning in. Kleren heeft de Man met Migraine in principe niet nodig, want kou heeft hij nooit en schaamte kent hij niet. Los daarvan zijn kleren handig om bijvoorbeeld muntstukken, portefeuilles en treinabonnementen in op te bergen. Vandaar, en deels vanwege de voordelen voor het imago, dat de Man met Migraine ook een leren vest aan had.

Aan de blauwe hemel hing een nazomers zonnetje dat mensen warmte en vreugde verschafte. De Man met Migraine besloot een eindje rond te lopen tot hij vanzelf wel zou zien waar hij zou uitkomen. Zolang hij binnen de grenzen van de stad bleef, was het allemaal goed.

De Man met Migraine had wel zin in een terrasje. Daar zou hij pakweg een Westmalle tripel nuttigen. Het is een bier dat dan wel niet inheems is – meer bepaald: uit de regio Oost- of West Vlaanderen – maar versmaden deed hij het allerminst. Velen hebben er zich al aan mispakt, met dronkenschap, openbare schaamlijkheid en ochtendlijk onbehagen tot gevolg. De Man met Migraine liet zich daar niet door afschrikken. Hij was wat men noemt een gewoontedrinker.

Het terras dat de Man met Migraine had verkoren om te bekomen van zijn wandeling was een van de beste in zijn soort. Het landschap bestond uit middeleeuwse gebouwen die ofwel de tand des tijds hadden weerstaan ofwel een gevolg waren van stedenbouwkundige geschiedvervalsing. Een groot deel van het panorama betrof water. Men zat er enerzijds beschut maar anderzijds had men een mooi uitzicht op allerlei passerende mensen. Dat kwam door het jaagpad langs het water. Vele mensen maakten er handig gebruik van om van de Graslei naar de Groentemarkt te geraken.

Soit.

Nadat de Man met Migraine al bijna zijn derde tripel op had, verscheen er een zwerver op het toneel. Het was een oudere man met een grijze baard. Zijn volledige bezit zat in een plastieken zak en was waarschijnlijk niet meer waard dan de tripels die de Man met Migraine al binnen gekapt had. Zijn vel scheen ongewassen en zijn kleren leken in hetzelfde bedje ziek.

De zwerver stak een verhaal af over een meisje dat hij gered had van een gewis overlijden onder de banden van een camion en hoe hij aan zijn heldendaad een kapotte knie had overgehouden.

“De burgemeester heeft mij een medaille gegeven”, mopperde de grijsaard. “Ik heb ze in de Leie gesmeten.”

“Ze hadden er u beter bij gesmeten”, hoorde ik een vrouw mompelen die haar volk voorging in kleinburgerlijkheid. Ze dronk een kamillethee, en dat zegt veel.

“Uw moed siert u, maar de meeste mensen zijn het niet waard gered te worden”, poneerde de Man met Migraine zonder lallen.

“Och, ge zoudt uzelf moeten bezighoren van op uw terras met uw Duvels of wat zijn het”, kraste de dakloze heraut van de kreupelheid. “Het is altijd makkelijk praten voor mannen die zich slechts zorgen hebben te maken over de vraag of ze hun pispiraat de andere dag nog omhoog zullen krijgen.”

“Te veel tripels kunnen mijn potentie in het gedrang brengen”, liet de Man met Migraine zich niet van zijn stuk brengen. “Maar dat is niet meer dan een voorbeeld van oorzaak en gevolg.”

“Krijg ik van iemand een beetje geld om een pintje te kopen?”, schakelde de zwerver moeiteloos over op een ander onderwerp. “Het hoeft geen Duvel te zijn, een gewoon pintje is goed.”

No, can do”, repliceerde de Man met Migraine. “Ik sponsor geen bedelaars, zeker niet als ze kreupel zijn en als ze naast hun gewone zwerversstank ook nog eens het parfum van de ouden van dagen dragen.”

De zwerver begon van zijn kloten te maken op zo’n manier dat hypersensitieve mensen er pijn aan hun oren van zouden krijgen. Hypersensitieve mensen zijn homo’s die niet willen vatten dat er immer keuzes gemaakt moeten worden, ook in het zintuiglijke spectrum. Selectie is wat ons groot maakt.

“Mijnheer, wilt u alstublieft mijn klanten met rust laten”, kwam Bibit, de gelauwerde bazin van het etablissement in kwestie, fors tussenbeide.

“Bibit, niet met vreemde mannen praten”, suste de Man met Migraine. “Je weet nooit wat ze van plan zijn en wie weet verbergt dit exemplaar wel een kapmes in zijn baard.”

“U hebt gelijk, heer”, knikte Bibit onderdanig. Zij was van Indonesische komaf en had zodoende de onderdanigheid meegekregen in haar genen.

“En u, mijnheer de landloper, zoudt beter maken dat u uit mijn zicht hobbelt. Ik heb migraine en heb geen zin om naar uw gezaag te luisteren.”

“Migraine is een luxeprobleem”, wreef de zwerver zich in de baard. “Mijn soort heeft niet de capaciteiten om door zo’n aandoening gekweld te worden.”

“Het is u geraden. Zeiksletsen als u hebben alleen maar capaciteiten om met vele pijnen te sterven in een donkere hoek van een reeds lang verlaten fabrieksgebouw.”

“Such is true”, beaamde Bibit.

“Nog een Westmalle tripel, graag”, zei ik om het voorval af te sluiten en over te gaan tot een nieuwe episode in mijn leven.

Want ja, het is waar, ik en alleen ik ben de Man met Migraine. Mijn bloeddruk stuurt mijn wil, mijn migraine beheerst mijn gedachten. Samen vormen zij de kern en de grens van mijn werkelijkheid.

Written by Mensbrugghe

maandag 20 oktober 2008 op 17:46

Geplaatst in Personen

Getagged met , , , ,

Een draak van een foef

met één reactie

Van de week heb ik een zigeunerin zien urineren, zomaar op een Brussels plein, even na het middaguur. Dat mens, een lelijke heks met veelkleurige vodden rond haar uitgezakte lijf, zette zich zonder omhaal te hurken boven het ventilatierooster van een nogal ondergrondse parking en liet de vloeibare knoflook van tussen haar dijen spetteren met zo’n kracht dat het geluid het hele plein rondgalmde en duiven verschrikt opvlogen.

Schaamte is een kenmerk waarop de zigeunercultuur zich ook in deze tijden van Bluetooth en digitale televisie niet zal laten betrappen.

Terwijl mijn intellect uit de gepresenteerde feiten aan het deduceren was dat de vrouw onmogelijk in het bezit kon zijn van een onderbroek om haar foef tussen twee plaspauzes door mee te bedekken, begon zij allerlei onverstaanbare frasen te kirren. U moet weten dat de zigeuners van komaf een Indiaas volk zijn. Zij resideren thans hoofdzakelijk in de Balkan, maar hun Indiase koeterwaals hebben de nochtans behoorlijk barbaarse Oost-Europeanen er nooit uit kunnen kloppen.

Het duurde even voor ik doorhad dat ze haar Romaneske gebral exclusief tot mij richtte. Voor mij was dat een uitnodiging om de schouders op te halen en gewoon door te stappen. Voor een ander was het mogelijks een invitatie geweest om vlak voor de vrouw te gaan staan, het liefst wijdbeens, de rits te openen, de penis te voorschijn te toveren en een dikke zeikstraal in haar gezicht vol gouden tanden te projecteren.

Ondanks mijn neiging tot onverschilligheid hield ik, geholpen door nieuwsgierigheid en gesteund door verwondering, dan toch mijn pas in. Een kwartslag des lichaams later bezag ik de vrouw, die er een kinderlijk soort plezier aan scheen te beleven om te geloven dat ze mijn burgerlijkheid zwaar kon provoceren. Ze was zo hard aan het lachen tijdens haar pissen dat ik vreesde dat ze zich niet meer zou kunnen inhouden om meteen ook een flinke pot te schijten.

Dat deed ze niet.

Wat ze wel deed, was haar rok opheffen om mij zodoende een blik te gunnen op haar doorweekte zigeunerfoef.

Wat ik zag, was geen foef. Ik zag een vlezige drakenkop zijn gal spuwen. De schaamlippen van de zigeunerin waren vergroeid tot wat nog het meest geleek op de muil van een rode murene met vergevorderde psoriasis. Het beest schudde traag met zijn kop terwijl het vocht van tussen zijn tanden droop. Wat een spektakel moet dat zijn als die vrouw haar brol heeft.

Mijn theorie: de zigeunerin heeft ooit, en waarschijnlijk meermaals, liggen baden in de Middellandse Zee. Met of zonder kleren, dat maakt niet uit, want deductie gekoppeld aan aan veralgemening grenzende extrapolatie heeft ons geleerd dat zigeunerinnen toch geen onderbroek dragen en de lengte van een rok speelt hoogstens een rol in het afweren van priemende blikken en het neutraliseren van bijtende koude. Een murene houd je er echter niet mee tegen.

Zo’n murene, een straalvinnige vis uit de orde der palingachtigen, heeft zich genesteld in het vagijn van betreffende zigeunervrouw. Het beest dacht een nieuwe schuilplaats gevonden te hebben. Het wijf dacht niet, genoot gewoon van dat dikke, wriemelende ding dat in haar preut kwam wroeten.

Na jaren van bedelarij in de straten van verschillende steden raakten de murene en de zigeunerin in elkaar verstrengeld. De roofvis was deel gaan uitmaken van zijn schuilplaats. Het vrouwmens werd daarmee een viswijf. Een symbiont die niet zozeer haar kansen op voortplanting vergrootte dan wel haar middelen ter provocatie van de toevallige passant.

Quod non in mijn geval.

Ik haalde enige rostjes uit mijn jaszak en wierp ze de zigeunerinvis toe en wel op zo’n manier dat de muntjes net buiten haar handbereik vielen, naast het ventilatierooster.

Terwijl de urine uit de bek van de draak tussen haar benen bleef stromen, waggelde het viswijf bepaald onelegant in de richting van het geld. De stinkende pis spoot in het rond, op de eurocentjes, op haar rok, op haar ongewassen klauwen en waarschijnlijk ook in haar afgesleten sletsen. Lachen deed ze toen niet meer en eindelijk leek ook het plassen op te houden. Haar kromme vingers sloten zich om de 8 eurocent die ik geworpen had. Een bedankje kon er niet meer van af.

 

Het leven in de grote stad is hard voor mensen die buiten de norm vallen.

Written by Mensbrugghe

vrijdag 17 oktober 2008 op 11:46

Geplaatst in Personen

Getagged met , , , , ,

Exit mondigheid, hoera!

laat een bericht achter »

Geen idee dat mijn blog zoveel macht had. Dat spel staat nog geen week online en de eerste overwinning is al geboekt: op de nieuwe site van De Morgen is de mogelijkheid om te reageren op artikels zwaar ingeperkt, zo niet bijna volledig afgeschaft. De strijd tegen de mondigheid werpt vruchten af.

Written by Mensbrugghe

vrijdag 17 oktober 2008 op 11:35

Geplaatst in Nieuws

Getagged met , ,

Mixer

laat een bericht achter »

Mijn vrouw en ik wonen in het Gentse. Om redenen van privacy laat ik in het midden of het hier het centrum, de buitenwijken dan wel iets daartussen betreft. Wat ik wel kan zeggen, is dat wij ons geïnstalleerd hebben in een mooi, comfortabel appartement.

Tot onze eigen tevredenheid hebben wij hier voorlopig nog geen kinderen rondlopen die ons na een drukke werkdag verwelkomen met gejengel, gebleit en gezaag. Eerst zal ik tennisles volgen om mijn slagtechniek te perfectioneren, daarna kan er eventueel sprake zijn van nageslacht.

Onze bovenburen hebben een huilbaby. Dat wezentje maakt lawijt van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat en daartussen ook nog een paar keer. Die kleine kan er zelf niets aan doen. Het ligt met name volledig aan zijn ouders: had ik zulke ouders gehad, ik was ook een huilbaby geweest, en misschien zelfs nog altijd.

Ik heb die ouders al enkele keren gezien in de hal. Het zijn mensen van wie het gezicht alleen maar zwakte uitstraalt. De schraalheid van hun persoon wordt slechts overschaduwd door de leegheid van een bestaan. Het is het soort mensen voor wie een weekend van twee dagen al lang genoeg duurt: doe er een derde dag bij en ze zouden niet meer weten wat te doen met hun vrije tijd. Het zijn mensen die dankbaar zijn dat er zoiets bestaat als betaalde arbeid om hun leven mee door te brengen.

Het zijn mensen die de tv nodig hebben om er niet voortdurend mee geconfronteerd te worden dat hun hoofd een luchtbel is waar nooit een enkele noemenswaardige gedachte uit zal voortspruiten.

Vannacht, als mijn vrouw slaapt, zal ik hun appartement binnendringen. Op kousenvoeten zal ik de babykamer betreden. Ik zal de baby in mijn armen nemen en hem troosten.

Vervolgens plak ik het mondje van het kindje toe met DUCT-tape. Ik neem de zuigeling mee naar de woonkamer en haal een hamer uit de binnenzak van mijn jas. De kop van de hamer heb ik op voorhand omwonden met fluweel. Ik tover vier nageltjes te voorschijn en met het eerste nageltje spijker ik het handje van de baby zachtjes vast aan het parket. Dat doet pijn, want er rollen dikke tranen over de wangen van het het hulpeloze mensje. Ook het andere handje wordt met enkele tikken van de hamer door een nageltje doorboord, waarop het ijzer zich vastzet in de houten vloer.

Omdat de voetjes van het baby’tje dikker zijn dan ik had verwacht – ik ben geen specialist ter zake, ziet u – ben ik genoodzaakt om slechts zijn kleine teentjes vast te nagelen. Dat gaat vlotjes en ik ben tevreden van mijn werk. Ik laat de hamer weer in mijn binnenzak glijden en begeef me met zachte tred naar de keuken.

Na enig speurwerk vind ik wat ik nodig heb: een vleesmes en een staafmixer.

Ik keer terug naar het wanhopige kind en aai het over zijn bolletje. Het is ocharme pas een halfjaar oud maar zal toch het lijden van een volwassen man moeten dragen. Wat een crapulen van ouders dat ze hem niet voor zo’n onrecht behoeden.

Ik laat de pamper van de baby aan. Daarmee ontzeg ik mezelf de wetenschap over het geslacht van mijn slachtoffertje, maar dat maakt niet uit, want ik ontzeg er mij in één haal een explosie van onaangename geuren mee in geval van een vers gelegde drol.

Nog een laatste keer wrijf ik over het kopje van de baby en dan plaats ik de punt van het mes op zijn naveltje. Ik duw door en het mes schuift scheurend naar binnen. Het kind zou danig hebben liggen spartelen waren zijn handje en voetjes niet vastgenageld. Ik laat het mes door zijn buik klieven tot aan het borstbeen. Vervolgens leg ik het mes terzijde, want het heeft zijn nut ruimschoots bewezen.

Mixer, dokter. Dank u, dokter.

Met mijn ene hand houd ik de wonde open, in mijn andere hand heb ik de staafmixer. Die is alreeds aangesloten op het lichtnet. Het kille metaal glijdt het baby’tje binnen. En dan gebeurt het ondenkbare. Ik zet de mixer aan.

De stank is niet te harden en het uitzicht is niet veel beter.

Stukken lever en darm vliegen me om de oren. Het bloed spat uit de wonde op het parket. De mixer zoemt het spijsverteringsstelsel van het prille mensje volledig naar de haaien.

Als de baby de geest geeft, leg ik de mixer terzijde en slik enkele keren om zodoende mijn maaginhoud in mijn maag te houden.

In de keuken haal ik twee kopjes en een pollepel. De kopjes zet ik naast het kinderlijkje en met de pollepel vul ik ze met de dikkige, voedzame soep die zich in de buikholte van de voormalige huilbaby bevindt.

Zou ik even in de koelkast kijken of daar geen peterselie ligt? Ja hoor, dat doe ik. En het geluk blijft bij mij, want er ligt een bosje peterselie waar ik met graagte een stukje van scheur om de twee verrassingssoepjes mee te garneren die mijn bovenburen bij het ontwaken zullen aantreffen.

Uit mijn binnenzak haal ik een briefje dat door de hamer al enigszins gekreukt is. Ik leg het bij de soepjes.

‘Een stevig ontbijt is belangrijk om het lijden van deze tijden te kunnen dragen’, staat er geschreven.

 

Ik heb geen angst om voor het gerecht te verschijnen, want ik ben een fictieve constructie die slechts verantwoording moet afleggen aan de Geest die mijn bestaan bedenkt.

Written by Mensbrugghe

dinsdag 14 oktober 2008 op 11:24

Vrijheid

laat een bericht achter »

Ik heb in mezelf gekeken. Voorbij de migraine en onder het laagje beschaving waar het ouderlijke gezag, het onderwijs en de media mij mee opgezadeld hebben.

Ik heb gezien wat vrijheid is.

Weet u wat vrijheid is? Natuurlijk weet u dat niet.

U denkt dat vrijheid een verworven recht is sinds de Verlichting. Of sinds het goddeloze socialisme ons verlost heeft van het juk van het blinde kapitalisme. U denkt dat vrijheid betekent dat u kunt gaan en staan waar u dat zelf wilt, binnen de perken van een al bij al zeer liberale wet.

Als intelligent, sociaal burger kunt u zelfs geloven dat vrijheid datgene is dat eindigt waar de rechten van een ander beginnen.

Vrijheid is niets van dat alles.

Vrijheid is beseffen dat elk van ons een heel spectrum van persoonlijkheden is waaruit we dagelijks kunnen kiezen. A la carte. Vrijheid is onder ogen durven te zien dat er op het eind van dat spectrum een Beest wacht. Dat Beest kent geen moraal, het stopt niet binnen de minutieus uitgetekende grenzen van de wet. Het verwoest en verslindt als het dat nodig acht. Het laat zich niet leiden door liefde en compassie, maar door lust en aversie.

Door dat Beest zijn we soms een nazi, soms een Jood, afhankelijk van onze genetische afkomst en de verpersoonlijking van het ultieme kwaad dat we prefereren.

Vrijheid is durven te erkennen dat we ons Beest bewust en beheerst kunnen loslaten op onze omgeving. Dat we in koelen bloede daden kunnen verrichten die in de hoofden der mensen alleen mogelijk zijn onder het mom van onweerstaanbare drang of regelrechte waanzin.

De Duitsers hebben een goede zestig jaar geleden even van hun vrijheid geproefd. Het leek hen te smaken.

De Palestijnen ondervinden aan den lijve dat de Joden enkele lessen geleerd hebben van hun vroegere beulen.

Als de West-Europeaan zijn vrijheid opnieuw durft te ontdekken vrees ik voor het lot dat de mohammedaanse kolonisten te wachten staat in het getergde Avondland.

Niets is menselijker dan het Beest.

Written by Mensbrugghe

maandag 13 oktober 2008 op 10:58

Perfide

laat een bericht achter »

Plotsklaps had ik een hond: hij was bruin en van het jachtachtige type. Trouw en onderdanigheid blonken in zijn ogen, op zo’n manier zelfs dat ik afzag van mijn aanvankelijke plan om hem ‘Sodomieke’ te noemen. Die naam had hem alleen maar in verwarring gebracht over zijn seksualiteit. Vandaar: Harry!

Harry, af! Harry, niet kakken in de pantoffels van het baasje! Harry, niet masturberen tegen het wiel van grootmoeders rolstoel!

Harry lag een wijl later te slapen bij het haardvuur in de jagershut die mijn onderbewustzijn zonder mijn toestemming van mijn grootstedelijke appartement gemaakt had. De geur van de vers verorberde cassoulet hing nog in de lucht en vervulde ons met geneugte en gevoelens van comfort.

Even keek ik op van mijn boek (het betreft hier 2008 – Gods laatste getuigenis van de gerespecteerde eindtijdprofeet Robert Weinland) en in het halfduister zag ik iets kronkelen op het slapende lijf van Harry. Een slang, dat kon niet missen.

Hoe die slang in mijn jachthut terechtgekomen was, moest ik me zelfs niet beginnen af te vragen, want het was een Rattenslang van Hamelen. Die vind je niet in de handel, zelfs niet in de gespecialiseerde. Zo’n slang bestaat simpelweg niet. Ik kan het weten, want ik heb ooit nog een jaar biologie gestudeerd aan de Universiteit Gent. Eerlijkheidshalve moet ik erbij vermelden dat ik nooit verder geraakt ben dan de weekdieren. Ik heb er misschien geen diploma maar wel een grote voorliefde voor mossels en oesters aan overgehouden.

Voor ik me nog meer loze bedenkingen kon maken, gleed de slang de halfopengesperde muil van de immer slapende Harry binnen. Het dier dacht zo misschien te kunnen ontsnappen aan mijn nieuwsgierige blik, maar waarom zou een Rattenslang van Hamelen in ’s hemelsnaam zijn toevlucht zoeken tot het spijsverteringsstelsel van een bruine hond van het jachtachtige type?

Ik kreeg niet eens de kans om een mogelijk verklaring uit mijn jachtmuts te toveren, want plotseling schoot Harry wakker. Hij gevoelde dat er iets in zijn keelgat gleed. Hij waagde het niet zijn muil te sluiten. Wel keek hij me met grote ogen aan: baasje, er glijdt een vies beest in mijn keel! Wat doen we nu?

Van mijn leven niet dat ik die slang uit zijn lijf zou proberen te trekken. Zie dat dat beest agressief wordt en in het wilde weg begint te bijten, zodoende Harry’s spijsverteringsstelsel geheel en al verwoestend. We wachtten. We wachtten tot het laatste stukje staart Harry’s keel binnengleed en er van de Rattenslang van Hamelen geen spoor meer te bekennen was.

Ik slikte. Ik zag Harry hetzelfde doen. Zo wisten we dat alles in orde was en dat de slang nu gewoon zou oplossen tussen de brokken cassoulet die hun weg ook naar Harry’s maag gevonden hadden.

Wat leren we hieruit?

Een vriend zei me: “De hond staat voor de trouw in uw karakter terwijl de slang een symbool is voor de perfide kanten van uw persoonlijkheid.” Waarom mijn perfide kant zich moedwillig zou verdrinken in een teken van trouw, wist hij er niet bij te vertellen.

Stel je voor dat dat visioen me iets wilde vertellen over de toekomst. Wat dan? Volg ik dan het voorbeeld van het Noorse parlementslid Sarah Kaen, zoals beschreven in De Standaard?

 

Noors parlementslid belde naar helderzienden

 

OSLO – Een Noors parlementslid heeft donderdag haar ontslag ingediend nadat bekend raakte dat ze op kosten van de belastingbetalers dure telefoontjes had gemaakt naar helderzienden. Sarah Khaen had de voorbije jaren voor honderdduizenden kroon (tienduizenden euro) gebeld naar waarzegsters, schrijft de tabloid Verdens Gang.

Tijdens een trimester bedroeg haar telefoonrekening 48.000 kroon (bijna 6.000 euro), meer dan het dubbele van haar andere collega’s in het parlement. Het ging zo ver dat de helderzienden haar zelfs vroegen om te stoppen met bellen, meldt de krant. 

Nadat ze de feiten lange tijd had ontkend, bekende Khaen in een persbericht dat ze ‘had stilgehouden dat een groot deel van haar uitgaven te maken hadden met telefoontjes naar alternatieve gidsen, helderzienden’. Khaen zei dat ze spijt had en verzekerde dat ze de dure telefoonkosten heeft terugbetaald.

Written by Mensbrugghe

vrijdag 10 oktober 2008 op 10:38